De architect van het Dutch Protocol: waarom Cohen-Kettenis het beleid raakt
Het Nederlandse behandelmodel voor genderdysforie bij minderjarigen ontstond in één Amsterdamse kliniek en werd wereldwijd de norm. Een kritisch portret in Genspect zet klinisch psycholoog Peggy Cohen-Kettenis, de eerste auteur van dat protocol, opnieuw in het middelpunt van het debat.
Van één kliniek naar een wereldwijde norm
Het model dat internationaal bekendstaat als het Dutch Protocol — puberteitsremming vanaf een vroeg stadium, gevolgd door cross-sekse hormonen en later chirurgie — ontstond in de genderkliniek van het VUmc in Amsterdam. Klinisch psycholoog Peggy Cohen-Kettenis was de eerste auteur van de protocolpublicatie uit 1998 en mede-auteur van de beschrijving uit 2006. Via internationale richtlijnen groeide dat Amsterdamse model uit tot de feitelijke standaard voor genderzorg bij jongeren, ook in Nederland zelf.
Waarom dit het beleid raakt
De Nederlandse Kwaliteitsstandaard Transgenderzorg en het bredere beleid leunen op datzelfde bouwwerk. Cohen-Kettenis was niet alleen klinisch leidend, maar droeg ook bij aan de WPATH Standards of Care, de richtlijnen van de Endocrine Society (2009, herzien 2017) en aan de DSM-5-werkgroep die de diagnose herformuleerde. Wie de bewijsbasis onder het protocol beoordeelt, beoordeelt daarmee indirect het fundament onder het Nederlandse beleid.
Een kritisch portret
In een uitvoerig essay in Genspect (juli 2026) typeert journalist Hermes Postma Cohen-Kettenis als "de Nederlandse architect van een wereldwijd medisch schandaal". Postma wijst onder meer op hoge uitval in de follow-upcohorten, op weinig belichte mortaliteitscijfers in vroege cohorten, op de rol van de zelfrapportage-schaal (de Utrecht Gender Dysphoria Scale) als vervanging van een volwaardige differentiaaldiagnose, en op het gegeven dat een groot deel van de behandelde jongeren op hetzelfde geslacht viel. Dit zijn de kwalificaties van Postma; de onderliggende studies en de onafhankelijke evaluaties zijn afzonderlijk te wegen.
De onafhankelijke heroverweging
Los van dit portret oordeelden systematische reviews — de Britse Cass Review (2024), het Zweedse SBU (2022) en het Finse COHERE (2020) — dat de bewijsbasis voor medische transitie bij minderjarigen zwak is. Veel van dat bewijs gaat terug op de Nederlandse studies. Daarmee staat niet één persoon terecht, maar een heel behandelparadigma ter discussie.
Waar u verder kunt lezen
Een uitgebreid, met bronnen onderbouwd profiel van Cohen-Kettenis en het protocol staat op het dossier dutchprotocol.nl. Het oorspronkelijke essay van Hermes Postma is te lezen bij Genspect. Zie op deze site ook Genderzorg bij minderjarigen en Richtlijnen en WPATH.